Nederlands | English

Introduction

Introductie

De Amerikaanse schilderes Wilhelmina Douglas Hawley wordt op 13 juli 1860 geboren te Perth Amboy, een kleine kustplaats in New Jersey vlakby New York. Haar ouders, de in Canada geboren danseres Isabella Merritt (1838-1904) en kustwachtofficier Peter Radcliffe Hawley (1829-1884), verhuizen in 1867 met hun kinderen naar St. Albans in Queens, een buitenwijk van New York City. Vanaf haar twaalfde jaar, wanneer Wilhelmina gedurende een jaar met haar grootouders door Europa reist, houdt ze een dagboek bij.

Gestimuleerd door haar twee ongetrouwde en reislustige tantes Florence en Georgina Merritt begint Wilhelmina in 1879 in New York met haar kunstopleiding aan de Cooper Union Womens Art School. Een jaar later stapt ze over op de progressieve Art Students League of New York, een kunstacademie waar ze zich als getalenteerd studente verder ontwikkelt en na enkele jaren gekozen wordt tot (eerste vrouwelijke) vice-president.

Tijdens haar studie heeft ze les van bekende Amerikaanse kunstenaars zoals William Merritt Chase, Julian Alden Weir, Charles Yardley Turner en Kenyon Cox. Ook ontmoet ze in New York diverse kunstenaars uit Europa, zoals de Ierse schrijver Oscar Wilde (1854-1900), met wie ze in 1883 several long talks about books, art, etc. (lange gesprekken over boeken, kunst, etc.) voert tijdens zijn American Lecture-tour. In 1888 leert ze de Russische schilder Vassili Vassilievich Vereschagin kennen, die haar met de opbeurende woorden never be discouraged (laat je nooit ontmoedigen) aanspoort om door te gaan met haar werk, toen ze hem vroeg wat het belangrijkste uitgangspunt van een kunstenaar moet zijn.

In het voorjaar van 1892, na een zonnige overwintering op het eiland Bermuda en een verbroken verloving aldaar met een mysterieuze Engelsman, besluit Wilhelmina naar Parijs te gaan om haar kunstopleiding te vervolgen: for two years or perhaps forever, zoals in haar dagboek is te lezen. In de zomer van dat jaar komt ze in de Franse hoofdstad aan en schrijft zich in bij de Academie Julian. Dit is een van de twee professionele kunstopleidingen in de Franse hoofdstad, waar vrouwelijke en buitenlandse kunstenaars worden toegelaten, dit in tegenstelling tot de Ecole des Beaux Arts, waar dat vanaf 1897 pas mogelijk is. Voordat in september het Parijse academie-seizoen weer begint, reist Wilhelmina die zomer twee maanden door Belgie en Nederland en bezoekt ze op 4 juli voor het eerst het vlasdorp en de schilderskolonie Rijsoord, nabij Dordrecht, waar inmiddels sinds 1888 kunstenaars werkzaamzijn.

In Parijs heeft Wilhelmina les van verschillende Franse kunstenaars, zoals Paul-Joseph Blanc (1846-1904), Pierre Fritel (1853-1942), Benjamin Constant (1845-1902), Louis-Auguste Giradot (1856-1933) en Jean-Paul Laurens (1838-1921). In 1893 boekt Wilhelmina haar eerste successen op de Franse academie en wint een prijs voor beste compositie. Voor het eerst wordt Wilhelminas werk dat jaar geselecteerd voor de Parijse Salon, en is haar Holland Peasant Girl (1892 Rijsoord) in New York te zien op een expositie van de National Academy of Design.

Ook de Canadese kunstenares Laura Muntz (1860-1930) komt naar Parijs om te studeren aan de Academie Colarossi, waar ze Wilhelmina ontmoet in 1893. Ze gaan samenwonen en werken in Wilhelminas atelier aan de Rue Notre-Dame-des-Champs op no. 111. Daar maakt Wilhelmina ook kennis met de inmiddels befaamde Amerikaanse kunstenaar James Abbott McNeill Whistler (1834-1903), die haar overbuurman blijkt te zijn. Wilhelmina en James wonen en werken schuin tegenover elkaar in de Rue Notre-Dame-des-Champs, nabij het Palais de Luxembourg, raken bevriend en komen regelmatig bij elkaar op atelierbezoek. Wilhelmina heeft inmiddels een aanstelling gekregen als docent aan de Parijse Academie Colarossi.

In de zomermaanden, als de kunstacademies gesloten zijn, brengt Wilhelmina regelmatig haar tijd met Laura Muntz door op het Franse platteland en Rijsoord om te schilderen en les te geven. Het Zuid-Hollandse dorp is inmiddels sinds 1888 uitgegroeid tot een bescheiden internationale kunstenaarskolonie waar Amerikaanse, Engelse, Franse en Duitse kunstenaars en kunststudenten in de zomer verblijven. Rijsoord is goed bereikbaar omdat er sinds 1821 de Koninklijke Straatweg der 1ste Klasse no 7 (de huidige Rijksstraatweg) dwars door het dorp is aangelegd, waardoor het langs een van de belangrijkste Europese verbindingswegen gelegen is, tussen Parijs en Den Haag. Daardoor passeerden vele reizigers en ook kunstenaars het landelijke dorpje Rijsoord.

Tijdens haar verblijf in Rijsoord logeert Wilhelmina in Hotel Warendorp (het huidige restaurant Hermitage), een nog steeds bestaand markant gebouw dat in de 18de eeuw eerst recht- en tolhuis was en vervolgens als herberg in gebruik is genomen. Het fungeert als het hoofdkwartier van de internationale summer academy. Op de eerste verdieping onder het dak is zelfs een kunstenaarsatelier ingericht, waar de kunstenaars hun werken ophangen en er ook kunnen werken als het weer te slecht is om buiten te schilderen. Vanuit haar positie als docent aan de Parijse Academie Colarossi neemt Wilhelmina haar studenten in de zomermaanden mee naar Rijsoord.

Een van de eerste kunstenaars die Rijsoord bezocht is de Nederlands-Amerikaanse kunstenaar John H. Vanderpoel (1857-1911), geboren Johannes van der Poel uit Haarlemmermeer. Voordat zijn familie naar Amerika (Chicago) emigreerde in 1869, woonden zijn ouders Jan van der Poel and Maria van Nes enige tijd in de Burghoeve op de Pruimendijk in Rijsoord. In 1889, aan de Waalweg 3, begon een nicht van John Vanderpoel, Volksje Noorlander en haar echtgenoot een nieuw onderkomen voor passerende reizigers en kunstenaars, genaamd Pension Noorlander, dat vlak achter Hotel Warendorp werd gebouwd.

De aanwezige kunstenaars worden steeds door Rijsoordse roeiers met hun schildersezels en materialen naar de location of the day geroeid. In 1899, tijdens een van deze roeitochten, maakt Wilhelmina kennis met de Rijsoordse landbouwer Bastiaan de Koning. Ze worden verliefd en een jaar later - Wilhelmina is dan veertig - kondigen zij hun verloving aan. Ze trouwen op 5 december 1901. Het echtpaar gaat wonen in een voormalige tuinderswoning gelegen aan de Rijksstraatweg no. 66. In 1904 wordt daar hun enige kind geboren, Georgina Florence de Koning, vernoemd naar Wilhelminas lievelingstantes.

Vermoedelijk is Wilhelmina rond die tijd grotendeels gestopt met schilderijen, na een artistieke carriere van 25 jaar. Aangezien ze niet al haar werk dateerde en signeerde is het niet geheel duidelijk wanneer ze werkelijk met schilderen is opgehouden. Enkele jaren na de geboorte van haar dochter gaat ze in ieder geval wel weer met enige regelmaat naar Parijs en New York om haar familie en oude vrienden uit het kunstcircuit te ontmoeten tentoonstellingen te bekijken. In 1915 heeft het echtpaar als huishoudster en kindermeisje Trui van Nielen in dienst genomen. Troy zoals Wilhelmina haar noemde, vormt de spil van de familie, en zorgt voor Bastiaan en Georgy als de vrouw des huizes op stap is naar het buitenland.

In 1930 trouwt Wilhelminas dochter Georgy met Hans van Dongen. Samen met haar schoonzoon reist Wilhelmina in 1933 op 73-jarige leeftijd voor enige maanden naar New York om enige familiezaken af te handelen. Ze maakt van de gelegenheid gebruik om haar favoriete musea te bezoeken en om haar broer, de bekende ballonvaarder en luchtvaartpionier Alan Hawley, te kunnen te zien.

Bij terugkomst in Rijsoord geniet ze vervolgens van haar zes kleinkinderen, die regelmatig, ook tijdens hun studie, bij haar logeren. In haar dagboek zijn de oorlogsjaren in Rijsoord uitgebreid in haar dagboek mee te lezen. In 1940 ze is dan inmiddels tachtig jaar wordt de familie door de Duitsers tijdelijk uit hun huis gezet. Wilhelmina zet zich alsnog enorm in voor de Rijsoordse dorpsgemeenschap en ondersteunt hen waar ze maar kan in deze moeilijke periode. Kort na de oorlog schenkt ze enkele inwoners een aquarel in ruil voor hun hulp en voedsel tijdens de oorlog. In 1958 overlijdt ze op 97-jarige leeftijd in haar geliefde huis in Rijsoord.

Een aanzienlijk deel van de schilderijen, aquarellen en tekeningen uit Wilhelminas Parijse en Rijsoordse periode zijn in de familie bewaard gebleven. Het dagboek en het werk zijn aanleiding geweest om een overzichtstentoonstelling en boek samen te stellen over de artistieke carriere van Wilhelmina. Het boek is getiteld Dromen van Rijsoord/Dreaming of Rijsoord. Wilhelmina Douglas Hawley 1860-1958 dat verschenen is in december 2005 bij Uitgeverij Thoth in Bussum (zie de pagina over het boek voor meer informatie).

The American painter and water colorist Wilhelmina Douglas Hawley was born on the 13th of July 1860 in Perth Amboy, a small coastal town near New York. Her parents, the Canadian-born dancer Isabella Merritt (1838-1904) and the coast guard officer Peter Radcliffe Hawley (1829-1884) took up residence in the New York suburb of St. Albans, in the eastern part of Queens with their four children in 1867. As a girl of twelve, Wilhelmina spent a year traveling Europe with her grandparents. Around that time she started writing her journal.

Two young aunts of Wilhelmina Georgina Agnes Merritt (1843 1918) and Florence Merritt (1847 1913) encouraged Wilhelmina to paint and start her artistic career. At the age of nineteen Wilhelmina enrolled in the Cooper Union Womens Art School, one of the New York art academies that is open to women. One year later she continued her training at the Art Students League where she she developed her work and eventually became the first woman vice-president of this progressive institution. Her teachers included William Merritt Chase, Julian Alden Weir, Charles Yardley Turner and Kenyon Cox. Wilhelmina also met many European artists while she studied in New York. In 1883 she met the Irish author Oscar Wilde (1854-1900) in New York. Wilhelminas journal tells us that she had several long talks about books, art, etc. with Wilde, while he was in the States during his American lecture-tour. Never be discouraged were the reassuring words of the Russian painter Vasily Vassilievich Vereschagin (1842-1904) as his reply to Wilhelmina when they met in 1888, and when she asked him what the first prerequisite of an artist should be.

After spending the winter of 1892/1893 in Bermuda and breaking off her engagement with a mysterious Englishman, Wilhelmina decided to leave for Paris on 18 June 1892. At the age of 32 she crossed the Atlantic once more, but now for two years, or perhaps for ever, as she wrote in her diary. After arriving in Paris Wilhelmina registered at the Academie Julian, one of the two art academies in the city to which women and foreign students were admitted. She remained in the city for only a few days, since, on account of the summer holidays, the academies were still closed. Until the following October she traveled in Belgium and the Netherlands. On 4 July 1892 she paid her first visit to the Dutch village and artists colony Rijsoord (near Dordrecht) where various foreign artists and art students were active during the summer.

In Paris Wilhelminas teachers included the French artists Paul-Joseph Blanc (1846-1904), Pierre Fritel (1853-1942), Benjamin Constant (1845-1902), Louis-Auguste Giradot (1856-1933) and Jean-Paul Laurens (1838-1921). In her first year Wilhelmina won the competition for best composition, in which every male and female Julian student took part. In 1891 the Canadian artist Laura Muntz (1860-1930) also traveled to Paris to study at the Academie Colarossi, where she met Wilhelmina in 1893. They would end up sharing the studio on Rue Notre-Dame-des-Champs 111. According to Wilhelminas journal, in 1893 her work was first selected for the Paris Salon. In 1893 Holland Peasant Girl, which Wilhelmina had painted in Rijsoord, was shown at the National Academy of Design in New York. That same year in Paris she met the American painter James Abbott McNeill Whistler (1834-1903), who proved to be her neighbor. From 1892 Whistler had lived in one of the other studios on Rue Notre-Dame-des-Champs, at number 86. According to family tradition, Wilhelmina and James became friends and regularly visited one anothers studios.

During the summer months, she regularly made the journey from the French capital to the countryside, as well as the artists colony of Rijsoord in the southern Netherlands, where she captured the villagers in oils and watercolors. She continued her teaching at the Parisian Academie Colarossi in Rijsoord, where her students were American and European artists who spent their summers in the village. Rijsoord was well situated for passing travelers and became even more easily accessible after the so-called Koninklijke Straatweg der 1e klasse no. 7 (First-class royal highway no. 7) was opened in 1821. This Rijksstraatweg (State Highway) became an important European road that connected Paris to The Hague. An inn was constructed on the spot near the river Waal where the eighteenth-century tollhouse had stood. The building is still standing and for several years now has housed the restaurant Hermitage. When Wilhelmina first visited Rijsoord, the inn was called Hotel Warendorp.

By the time Wilhelmina was introduced to Rijsoord small groups of American artists and students from Paris had already started visiting the village in the summer to paint. One of them was the artist John H. Vanderpoel (1857-1911), who was born Johannes van der Poel in the Dutch town of Haarlemmermeer. Before he and his family emigrated to America in 1869, his parents Jan van der Poel and Maria van Nes lived for some time in the Burghoeve on the Pruimendijk in Rijsoord. In 1889, at Waalweg 3. A cousin of John Vanderpoel, Volksje Noorlander and her husband built a new shelter for passing travelers and artists, called Pension Noorlander, which was located directly behind Hotel Warendorp. Hotel Warendorp functioned as the headquarters of the summer academy. The ground floor of the building comprised a livingroom, diningroom and a room for drinking coffee. Most of the guestrooms were also on the ground floor. On the floor above it, the large space under the roof was used as an artists studio, where the artists would hang their most recent paintings and watercolors for discussion. On rainy days, when it was impossible to work en plein air, the artists would actually work in the studio. In 1899 Wilhelmina first met the eight-year-younger Bastiaan de Koning (1868-1954), son of an old peasant family. She is thought to have met him during a boat trip on the river Waal. A number of villagers regularly rowed the artists who were staying in Hotel Warendorp and Pension Noorlander to the location of the day, along with their paraphernalia. The next summer, Wilhelmina went on to Rijsoord again, where she was engaged to Bastiaan de Koning shortly thereafter. They married in 1901. Three years later, in 1904, by which time Wilhelmina was 44 years old, their daughter Georgina Florence was born, and named after both of Wilhelminas favorite aunts. By that time she had been active in art for twenty-five years. Family life did not prevent her from staying abreast of exhibitions in Paris or visiting New York. Meanwhile, in 1915, the family engaged a young housekeeper, Geertruida van Nielen (ill. p. ..), who became the help and stay of the family. Trui (or Troy, as Wilhelmina called her) kept the household on course and looked after Georgy whenever the childs mother was away.In 1930 Wilhelminas daughter Georgy marries Hans van Dongen. With her son-in-law she traveled one last time to New York City, to take care of some family business. She takes this opportunity to visit her favorite museums, and to meet her brother, balloonist and early aviator Alan Hawley.

Back in Rijsoord, Wilhelmina enjoyes the company of her six grandchildren, who often spend their summer holidays with her at the house. She continued recording her memories in her journal for many years, and her notes contains much else of interest, about the period of the Second World War for one thing. Wilhelmina supports the local community in any way she can. Shortly after the war, she donates some water colors to members of the community while thanking them for their help and food during the difficult years during the war. In 1958 she passes away at the amazing age of 97.

A considerable number of paintings, water colors and drawings of her Paris and Rijsoord period have remained in the family. Her journal and works have inspired us to organize an retrospective exhibition and produce a book about Wilhelminas artistic career. The book is entitled Dromen van Rijsoord/Dreaming of Rijsoord. Wilhelmina Douglas Hawley 1860-1958 which was published in december 2005 in cooperation with the Bussum publisher Uitgeverij Thoth (see the page about the book for more information).